Marktwerking en beleid Iveka 2020

Nieuwe tariefmethodologie 2021-2024

  • Tariefstructuur

    De Vlaamse energieregulator VREG heeft in augustus 2020 aangekondigd dat er in 2022 een ‘capaciteitstarief’ zal worden ingevoerd voor elektriciteit. De netkosten van Vlaamse gezinnen en bedrijven zullen vanaf dan voornamelijk worden aangerekend op basis van het ‘piekverbruik’ (vermogen of kilowatt) in plaats van enkel op basis van het ‘verbruik’ (afgenomen kilowattuur). Ter voorbereiding van de invoering zal de VREG samen met de energieleveranciers en Fluvius de praktische details van het capaciteitstarief uitklaren en ook de communicatie opstarten naar de eindklanten.
     
  • Vergoeding netbeheerder

    De aangepaste tariefmethodologie 2021-2024 betekent een ernstige afbouw van het rendement voor de steden en gemeenten en een verzwaring ten aanzien van het beheer en de realisatie van de verplichtingen en besparingen door de distributienetbeheerders en hun werkmaatschappij. Dit is zowel het geval voor het toegestaan rendement op het Eigen vermogen (WACC, weighted average cost of capital) dat fors vermindert, als voor de Vergoedingsbasis (RAB, regulated asset base) die gespreid in de tijd zal worden afgebouwd voor wat de zgn. RAB-meerwaarde betreft.

    De voorschottenregeling voor de door de overheid opgelegde  versnelde uitrol van de digitale meter is wel definitief toegezegd en is voor 2021 begroot op 42 miljoen euro. Voor de eerstkomende jaren zullen de bedragen nog verder bepaald worden evenals hoe deze bedragen dienen terugbetaald te worden.

    Als dividendbeleid voor de jaren 2020 en 2021 werd door de Raad van Bestuur beslist om, gezien de reële impact op de meerjarenbegrotingen van de gemeenten, voor beide jaren het aangekondigde niveau van uit te keren winst te behouden. Voor de jaren 2022 t.e.m. 2024 start een analyse en volgt een voorstel met maatregelen om het negatief effect van de tariefmethodologie te mitigeren. Nu reeds is duidelijk dat het zal moeten gaan over een evenwichtige en haalbare spreiding van de tenlasteneming zowel op niveau van de aandeelhouders als van het bedrijf.

Verplichte gebiedsuitwisselingen uitgesteld

Om de efficiëntie in de nutssector te verhogen, wou de overheid, via het Vlaams Energiedecreet, dat tegen 1 januari 2021 het grondgebied van de verschillende distributienetbeheerders zou bestaan uit een geografisch aaneengesloten gebied (geen ‘eiland-gemeenten’ meer) voor de activiteiten elektriciteit en aardgas. Ook moest in elke gemeente dezelfde distributienetbeheerder voor zowel elektriciteit als aardgas actief zijn. Vandaag hebben we nog 38 gemeenten in Vlaanderen waar dat niet zo is. Bij Iveka zijn dit drie gemeenten, namelijk Essen, Merksplas en Grobbendonk.

Vanuit diverse hoeken werd bezwaar geuit tegen deze verplichting inzonderheid tegen het tijdstip waartegen dit gerealiseerd diende te worden. Aangezien er op niveau van de DNB’s en op politiek vlak draagvlak werd vastgesteld, werd de uitvoering van de verplichting verplaatst naar 1 januari 2023. Een eventueel verder uitstel van deze verplichting tot aan het begin van een volgende gemeentelijke legislatuur wordt nog verder besproken.

Statutenwijzigingen

Iveka heeft op de Buitengewone Algemene Vergadering van eind 2020 zijn statuten in lijn gebracht met de bepalingen van het nieuwe wetboek voor Vennootschappen en Verenigingen. Tevens werd de verfijning toegevoegd dat Iveka instaat voor het netbeheer én het databeheer, in de zin van de Vlaamse regelgeving met betrekking tot het distributienetbeheer elektriciteit en gas. Daarbij wordt ook de mogelijkheid van het vervoer van signalen langs elektronische-communicatienetwerken toegevoegd. Verder is er in het kader van de nevenactiviteiten,  in opdracht van de deelnemende gemeenten die daartoe een uitdrukkelijke beslissing hebben genomen, de toevoeging inzake de infrastructuur op de openbare verlichtingsinstallaties of op andere dragers. 

Na de jaarvergadering van juni 2020 verviel het mandaat van Ernst & Young Bedrijfsrevisoren BV (EY) als Commissaris voor een aantal opdrachthoudende verenigingen binnen de economische groep Fluvius. Omdat het lopende contract met EY al 9 jaar loopt, moest een marktbevraging worden georganiseerd. Voor Iveka loopt het mandaat nog één jaar verder. Op basis van het resultaat van de gunningsprocedure werd besloten om EY te benoemen voor een periode van 3 jaar.

Continuïteit van dienstverlening

Het uitbreken van de COVID-19 pandemie heeft aangetoond dat ‘continuïteit’ inzake energiedistributie en aanverwante diensten zeer belangrijk is. De Nationale Veiligheidsraad definieerde ‘cruciale sectoren’ en ‘essentiële diensten’ voor de bescherming van de vitale belangen van de natie en de behoeften van de bevolking. Ook de energie(distributie)sector behoort daartoe.
 
We hebben onze rol daarin volledig en effectief opgenomen. De continuïteit van de dienstverlening verzekeren, de veilige werking van onze organisatie en deze van onze medewerkers en klanten, was daarbij primordiaal. Op 18 maart, bij aanvang van de coronacrisis, was het vooral zaak om het distributienet operationeel te houden. Niet geplande, dringende interventies werden vanaf dag één 24/7 verder verzekerd. Alle andere werken voor de technici werden tijdelijk stopgezet.
 
In overeenstemming met de richtlijnen van de Nationale Veiligheidsraad, werden vanaf 8 april de werken stilaan opgeschaald met solitaire werken (die een technicus alleen kan uitvoeren) en solitaire werken met aannemers, zoals investeringswerken. Vanaf 23 april werd dat opgevoerd met grotere investerings- en onderhoudswerken, rioleringswerken en aansluitingen in onbewoonde panden. Sinds 11 mei voeren de technici opnieuw alle werken uit, ook de geplande werken bij klanten thuis.

Werkmaatschappij Fluvius

  • Eén bedrijf – integratiewerkzaamheden halfweg

    Fluvius System Operator ontstond op 1 juli 2018 door de fusie van Eandis en Infrax. Later trad ook nog Integan toe tot Fluvius.  In het verlengde van deze fusie werd een omvangrijk intern programma aan kostenbesparingen voorgesteld van zo’n 120 miljoen euro per jaar recurrent tegen 2024.  Door de VREG werd dit bedrag binnen de tariefmethodologie 2021-2024 bepaald op 150 miljoen euro. De doelstelling is om zowel synergie te bekomen door integratie en uniformisering, als op het vlak van personeel. De integratiewerkzaamheden, onder de projectnaam Fluvia, situeren zich zowel op vlak van synergie-initiatieven als bij de integratie van de systemen. De integratiewerkzaamheden  zitten  op schema.
     
  • Kerntaken duidelijk aflijnen

    Het kerntakendebat wordt al geruime tijd op diverse niveaus besproken. Begin 2020 werd binnen Fluvius ook het kerntakendebat gevoerd en beslist binnen de diverse bestuursorganen met de vertegenwoordigers van de aandeelhouders, de gemeenten.

    Kort samengevat gaat Fluvius voor een duidelijke aflijning: volledige focus op het multi-utility beheer van (publieke) netwerken voor elektriciteit, aardgas, warmte, openbare verlichting, data en telecom, riolering en water. Voor data en telecom enkel in samenwerking met één of meerdere telecomoperatoren, voor distributie van drinkwater indien zich lokaal opportuniteiten voordoen. Daarnaast voorziet Fluvius ook het opzetten en beheren van dataplatformen verbonden aan deze utilities én de ondersteuning van alle Vlaamse gemeenten om energiebesparingen te realiseren en de uitvoering van de openbaredienstverplichtingen.

    Focus op de kerntaken houdt in dat een aantal van de huidige activiteiten, zoals bepaalde aankoop-, telecom- , data- of consultancydiensten, in de toekomst worden overgedragen naar andere partijen. Dat alles met het engagement om de transitie daarvan te begeleiden. Uiteraard kiest de gemeente zelf om wel of niet in te stappen in die nieuwe voorstellen. Zolang er geen alternatief wordt gevonden, blijft Fluvius deze dienstverlening aanbieden aan de betrokken aandeelhouders.
     
  • Visie op netbeheer van de toekomst

    Een langetermijnvisie biedt een hefboom om tegemoet te komen aan de belangrijke evoluties in het energielandschap richting 2050. In het voorjaar van 2020 werd een grondige denkoefening gehouden om de krachtlijnen voor het energienetbeheer van de toekomst te bepalen. Over alle energiedisciplines heen (elektriciteit, warmtenetten, gasnetten) formuleren we vier belangrijke doelstellingen waar we als netbeheerder aan moeten werken om klimaatneutraliteit in 2050 mogelijk te maken:

    1.    We helpen om het Vlaamse energieverbruik te doen dalen.
    2.    We maken hernieuwbare energie maximaal beschikbaar.
    3.    We maken de Vlaamse energienetten ‘future-proof’.
    4.    We creëren nieuwe mogelijkheden voor onze klanten.

    Die krachtlijnen, ondersteund door twaalf onderliggende concrete acties, moeten onze interne werking richting geven. We hopen ook dat ze onze partners en stakeholders zullen inspireren en reiken iedereen de hand om te overleggen en stappen te zetten richting 2050. Het realiseren van de concrete acties zal in vele opzichten ‘samen’ gebeuren (met andere sectoren zoals mobiliteit, landbouw, chemie, water, …) en samen met het lokale en Vlaamse bestuur die de keuzes maken, de vrije marktspelers die de beschikbaarheid en het gebruik van hernieuwbare energie vergroten en de klanten die actieve netgebruikers worden. 

EMTN-financieringsprogramma

Via werkmaatschappij Fluvius hebben de elf opdrachthoudende verenigingen/aandeelhouders in november 2020 met succes een eerste groene obligatielening ter waarde van 600 miljoen euro geplaatst bij nationale en internationale institutionele investeerders binnen het nieuwe EMTN-programma. De opdrachthoudende verenigingen staan, als eigenaar van de installaties, hiervoor borg. Dat is meteen de grootste zogenaamde groene bedrijfsobligatie tot nog toe in België. Het opgehaalde kapitaal moet toelaten om de ‘groene’ projecten te financieren die de volgende jaren op de planning staan. De netto-opbrengsten uit deze groene obligatie-uitgifte zullen dienen voor de verdere uitrol van de digitale elektriciteitsmeter, de omschakeling van de straatlampen naar led-verlichting in de 300 aangesloten Vlaamse steden en gemeenten, de uitbreiding van rioleringsnetten in de 86 gemeenten waar via Fluvius het rioleringsnet wordt beheerd en tot slot om de nodige aanpassingen uit te voeren aan de elektriciteitsnetten zodat die nog meer decentrale, hernieuwbare energieproductie kunnen verdelen.
Ratingbureau ISS ESG, dat zich toelegt op het beoordelen van het duurzame karakter van ondernemingen, attesteerde dat alle aspecten van de groene obligatie volledig in lijn liggen met de principes die de Europese Unie en de kapitaalmarkten in dit verband hanteren. Bovendien vormt deze groene obligatie een belangrijke bijdrage tot de realisatie van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) van de Verenigde Naties.

Het nieuwe zogenaamde Euro Medium Term Note-programma (EMTN) loopt voor een maximum uitgiftebedrag van vijf miljard euro over 10 jaar. 

Status Pidpa-dossier

De Antwerpse drinkwatermaatschappij Pidpa heeft, mede gezien de uitdagingen door de klimaatproblematiek en haar naderende statutaire eindduur, door KPMG een studie laten maken over de gewenste toekomstige structuur. Daaruit vloeide een voorstel om de integratie met de Antwerpse watermaatschappij Water-link te initiëren om de toekomstige bevoorrading, dienstverlening en kwaliteit voor haar klanten op een betaalbare manier veilig te stellen.

Eén van de mogelijke toekomstscenario’s die in de studie werden onderzocht was een mogelijke samenwerking met Fluvius. De onderzoeksvraag  binnen het kwalitatieve luik van de studie vertrok vanuit ‘integraal waterbeheer’ waarbinnen de verschillende rollen in de watersector niet mogen losgekoppeld worden. Dit uitgangspunt hypothekeerde de samenwerkingsmogelijkheden met Fluvius. Het kwantitatieve luik van de studie geeft een duidelijk synergievoordeel bij een integratie met Fluvius.  De eindconclusie was vooral gebaseerd op het kwalitatieve luik en dit heeft er dan ook toe geleid dat de Raad van Bestuur van Pidpa beslist heeft om een scenario met Fluvius niet verder te onderzoeken.

Liquiditeitstest bij dividenduitkering

Sinds 1 januari 2020 is, overeenkomstig het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, elke dividenduitkering onderhevig aan de uitvoering van een netto-actieftest en een liquiditeitstest. Deze tests moeten aantonen dat de vennootschap na de uitkering solvabel genoeg blijft en in staat blijft haar schulden te voldoen.